Toen Jung in de twintiger jaren van de vorige eeuw bezig was met zijn theorie van psychologische typen maakte hij de relatie tussen het individu en zijn omgeving tot een van de kenmerkende factoren. Hij onderscheidde 'Extraversie', naar buiten gekeerdheid, en 'Introversie', naar binnen gekeerdheid. Een Extravert is primair bezig met de wereld van mensen en activiteiten om hem heen. Een andere beschrijving van extraversie en introversie is als volgt: Niet vervulde verwachtingen Het is voor beide typen niet eenvoudig om goed te begrijpen waarom de ander zo anders is en zich zo anders gedraagt. Extraverten zullen vanwege hun aard gemakkelijk hardop zeggen wat ze ergens van vinden en Introverten doen dat juist niet spontaan. Verder vormen Extraverten een meerderheid (65%). Daarom associëren veel mensen introversie met een soort stoornis, een gebrek aan communicatieve vaardigheden, niet-sociaal gedrag, depressiviteit en dergelijke. In het boek van Marti Olsen Laney 'Het introverte type: een stille kracht' wordt daar uitgebreid op ingegaan.
|
Xi-ers en introversie Introversie komt relatief vaak (dus veel meer dan 35%) bij Xi-ers voor, maar in verschillende gedaanten:
Bij de keuze van werkomgeving of functie maakt introversie of extraversie een relevant verschil. Het effect van intuïtie Veel Xi-ers zijn uitgerust met een sterke intuïtie waardoor ze in staat zijn om in gezelschap stemmingen goed aan te voelen. Ze kunnen daar ook last van krijgen, hetzij door de hoeveelheid informatie, hetzij door de aard ervan. Ze lopen als het ware vol met indrukken, of raken door de indringende informatie de verbinding met zichzelf kwijt. Kortom, ze krijgen behoefte aan afzondering om al die indrukken een plek te geven of om de eigen energievoorziening te hervinden. Dat is gedrag dat men associeert met introversie. Bij invulling van vragenlijsten leidt dat tot de conclusie 'introvert' en dat kan ook het geval zijn. |
|||